Steven Slabbers tijdens de presentatie van 'Leven met het water NH' in provinciehuis op woensdag 15 februari 2023

Geef het water de ruimte

Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit Steven Slabbers zwaait uit met deze prangende oproep

Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) Steven Slabbers is bijna aan het einde van zijn termijn als adviseur. Hij sluit zijn tijd als PARK af met de oplevering van het advies ‘Leven met het water NH’, gericht aan het college van Gedeputeerde Staten en de Waterschappen. De centrale boodschap van het advies is dat we in Noord-Holland het water nog maar beperkt kunnen aanpassen aan onze eigen eisen en wensen. We zullen ons leven weer meer aan het water moeten aanpassen. Daarbij moeten we meer ruimte maken voor het water. De komende maanden gaat Slabbers de provincie in om zijn advies aan besturen en raden te presenteren.

Steven Slabbers en gedeputeerde Cees Loggen tijdens de presentatie van het boek in provinciehuis op woensdag 15 februari 2023
Wat vormde de aanleiding om ‘Leven met het water’ te schrijven?

De klimaatverandering: de zeespiegel stijgt, de bodem daalt, de verzilting dringt steeds verder landinwaarts, de neerslagverdeling verandert en ook de aanvoer van water door de Rijn verandert. We komen voor lastige keuzen te staan, waarbij ieder belang zijn eigen voorkeursstrategie kent. Water heeft alles in zich om, na het stikstofdossier, het volgende hoofdpijndossier te worden. De condities veranderen dermate snel en ingrijpend dat we op een andere manier met het water moeten gaan leven. Om te voorkomen dat we in patstellingen geraken moeten we tijdig met alle partijen mogelijke oplossingen verkennen.

Waarom moeten we leren leven met het water?

De afgelopen 1000 jaar zijn we erin geslaagd om met technische middelen de watercondities tot in detail aan ons leven aan te passen. Maar de grenzen van het aanpassen van het natuurlijk systeem zijn inmiddels wel bereikt, met de klimaatverandering veranderen de condities zo snel en ingrijpend dat we het niet meer gaan redden met technische maatregelen alleen, we zullen meer ruimte voor het water moeten maken en weer meer met het systeem mee moeten werken.

Tot 1575 waren land en water achter de duinen met elkaar verweven, maar liefst 25% van Noord-Holland bestond uit water. Nadien hebben we meren drooggemalen, vaarten en sloten gedempt en greppels dichtgeschoven. We hebben het water deels uit ons landschap, en mogelijk ook uit ons mentaal systeem, verbannen. En ondertussen zijn steden gegroeid, is het verhard oppervlak enorm toegenomen, zijn bodems gedaald, is het land kapitaalsintensiever ingericht en is de risicoacceptatie afgenomen. Het watersysteem is onvoldoende op de huidige situatie en de nieuwe condities berekend. De rek is uit het systeem, het systeem is niet in staat om de huidige fluctuaties – zowel waar het een teveel aan water als een tekort aan water betreft – op te vangen. We hebben het keerpunt bereikt: de maatschappij moet zich gaan aanpassen aan het water, in plaats van andersom. En dit maakt onze omgang met water niet alleen een ruimtelijke opgave, maar ook een maatschappelijke opgave. In de kern gaat het om strategische waterveiligheid (de zeespiegel stijgt dusdanig dat we in de toekomst niet meer overal het huidige veiligheidsniveau kunnen bieden), het leren leven en omgaan met wateroverlast en het gebruik van zoet water.

“Van alle provincies is Noord-Holland het meest kwetsbaar is voor de effecten van de klimaatverandering.”

Noord-Holland wordt aan drie kanten omringd door zee, ligt voor 80 % op of onder zeeniveau, bestaat overwegend uit zettingsgevoelige bodems en is voor haar watervoorziening sterk afhankelijk van de aanvoer door de Rijn, die langzaamaan transformeert van een smeltwaterrivier naar een regenwaterrivier. Dat laatste maakt dat Noord-Holland in voorjaar en zomer – juist wanneer we het water het hardste nodig hebben – minder verzekerd is van de toevoer van zoet water.

Noord-Holland 1575, Jan van Jagen naar de kaart van Joost Jansz Beeldsnyder. Deze kaart toot een met water doorregen landschap. Circa 25% van het gebied dat achter de duinen ligt bestaat uit water.
Waarom moeten we ons zorgen maken over bodemdaling?

“In onze zorgen om de absolute zeespiegelstijging lijken we onvoldoende te beseffen dat op dit moment in grote delen van de provincie de bodem sneller daalt dan dat de zeespiegel stijgt. Aan die zeespiegelstijging kunnen we weinig doen, maar aan die bodemdaling wel. Ik vind dat we te gemakkelijk aan de gevaren van de bodemdaling voorbijgaan.”

Om bodemdaling en afbreuk van het veen te voorkomen moet het waterpeil verhoogd worden, waardoor de koeien in het natte veen wegzakken. Dat is geen leuke boodschap voor je electoraat; het continueren van de huidige vormen van veeteelt en het tegengaan van de bodemdaling gaan in de veengebieden gewoon niet samen. Dan moet je gaan zoeken naar alternatieve vormen van grondgebruik zoals het telen van natte gewassen als riet en lisdodde, maar dan moet je daar wel weer een verdienmodel bij zien te vinden. Riet en lisdodde kunnen een interessante grondstof zijn voor bouwmaterialen (isolatie, bouwpanelen) maar dan moeten ze wel als zodanig gecertificeerd worden. Daar ligt dan weer een taak voor de rijksoverheid.

Steven Slabbers tijdens de presentatie van 'Leven met het water NH' in provinciehuis op woensdag 15 februari 2023
Eén van de speerpunten in ‘Leven met het water’ is de reconstructie van watersystemen. Zie jij koppelkansen voor cultuurhistorie, recreatie en natuur?

In 2021 was er een clusterbui boven de Sammerspolder in Egmond-Binnen. Daar moeten we aan gaan wennen. Door de locatie van de bui, midden in het open polderlandschap, was de schade relatief beperkt. Stel je voor dat de bui in Amsterdam of op Schiphol terecht was gekomen. Dan was de economische schade enorm geweest.

In de Sammerspolder zagen we dat het water het langst bleef staan op vier plekken – precies de vier plekken waar vroeger moerasmeertjes waren. Als we weten waar het water vroeger liep weten we dus ook waar het water heen gaat. Dat zijn de plekken die we vrij moeten houden van bebouwing of verharding en met elkaar moeten verbinden. De reservering en verbinding van die plekken gaat ook over het herstel van cultuurhistorische waarde én de toevoeging van nieuwe natuur- en recreatiewaarden.

Hoe kunnen erfgoedambtenaren een bijdrage leveren aan deze urgente en complexe opgave?

Het vraagt vooral een hele andere manier van denken van de erfgoedambtenaar. Ons landschap gaat de komende jaren grootschalig veranderen onder druk van alle opgaven en technische innovaties. Dat vraagt een andere omgang met de omgeving en een ontwikkelgerichte attitude- en planvorming.

Vanuit dit perspectief ben ik ervan overtuigd dat het veel belangrijker is dat we aangeven welke kenmerken, identiteiten en contrasten we willen behouden en versterken, in plaats van te focussen op het behoud van losse elementen zoals een dijkje of een boerderij. Erfgoed is zo veel meer dan een optelsom van losse elementen. Het landschap moet zijn verhaal kunnen blijven vertellen, daar gaat het om.

De waterschapsverkiezingen komen eraan, wat wil je de lezer daarover meegeven? 

Toen ik 15 was reisde ik met de trein naar Rotterdam Blaak om de tentoonstelling ‘Grenzen aan de groei’ van de Club van Rome te bezoeken.

“Het is pijnlijk te constateren dat de meeste van de knelpunten uit mijn publicatie geenszins nieuw zijn: veel van wat ik heb opgeschreven werd al in 1972 gesignaleerd. Nadien hebben we ons ontwikkeld tot wereldkampioen wegkijken.”

We schuiven problemen door, we zoeken naar geitenpaadjes. De aanpak van de wateropgave kan niet meer verder doorgeschoven worden naar volgende coalitie- en regeerakkoorden; er is geen tijd meer. De wateropgave moet met veel urgentie landen in de coalitieakkoorden van de waterschappen en de provinciale staten van dit voorjaar.

(Beeldverantwoording: Alle foto’s zijn van Steven Slabbers)

Deel dit artikel

Categorieën

Tags

Gerelateerde berichten

  • [Persbericht] Lancering vijfde editie erfgoedtijdschrift ode

    Categorie: Archeologie, Cultuurlandschap, Duurzaamheid, Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Op woensdagmiddag 19 juni 2024 lanceerde het Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland tijdens het symposium Samen Slimmer bij de Groene Afslag de vijfde editie van erfgoedtijdschrift ode.

  • ode 5

    Categorie: Archeologie, Cultuurlandschap, Duurzaamheid, Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Deze editie van ode gaat over het belang van omgevingskwaliteit door erfgoed, waarbij erfgoed wordt bezien in relatie tot alle ruimtelijke opgaven waaraan we werken, zoals de energietransitie en waterveiligheid. De auteurs bieden verschillende perspectieven op dat vraagstuk.