Met ambtenaren Gea Wolfslag en Marieke van Leeuwen van de gemeente Hoorn bespreken we hoe zij een vernieuwend stadsgesprek organiseerden rond het omstreden standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, en wat andere gemeenten daarvan kunnen leren.

Sinds enkele jaren bevindt de gemeente Hoorn zich midden in een debat dat veel gemeenten zullen herkennen: hoe ga je om met erfgoed dat zowel historisch waardevol als beladen is? Het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, gouverneur-generaal van de VOC en verantwoordelijk voor extreem geweld op de Banda-eilanden in 1621, staat al jaren ter discussie. Voor de één verbeeldt Coen ondernemingszin en maritieme geschiedenis; voor de ander is het een pijnlijk symbool van koloniale onderdrukking. De spanning tussen trots en trauma komt in Hoorn letterlijk samen op de Roode Steen, het plein waar het beeld staat.

Binnen de gemeenteraad groeide de overtuiging dat het gesprek over Coen niet langer zou moeten draaien om de vraag of het beeld moet blijven staan, maar om wat het beeld betekent voor de stad en voor haar inwoners. De raad nam nadrukkelijk het voortouw. Zij waren opdrachtgever voor een nieuw stadsgesprek, bepaalden de uitgangspunten en stelden expliciet dat dit gesprek anders moest verlopen dan eerdere debatten, die soms verdere polarisatie opleverden.

Marieke van Leeuwen, bestuursadviseur bij de gemeente, verwoordt het zo: “We wilden niet weer een debat over ‘blijft het beeld staan of niet’, maar ruimte creëren voor wat het met mensen doet. Met als belangrijkste doelen elkaar leren begrijpen en nader tot elkaar komen.”

Een nieuwe manier om een oud debat te voeren

De keuze om het gesprek opnieuw te voeren kwam niet uit de lucht vallen. In 2020 laaide de discussie rond het beeld op, in navolging van de Black Lives Matter-protesten elders in Nederland en de wereld. Tijdens demonstraties voor en tegen het standbeeld in juni 2020 sloeg de vlam in de pan en ontstonden er zelfs rellen. Voor het stadsbestuur was dat een belangrijk signaal: de stad moest breder en dieper met elkaar in gesprek over racisme, uitsluiting en het slavernijverleden.

Er volgde een eerste reeks stadsgesprekken over inclusie, die grotendeels online plaatsvonden vanwege corona. Adviesbureau Twynstra & Gudde adviseerde de gemeente vervolgens om een visie te ontwikkelen op hoe Hoorn wil omgaan met het koloniale verleden en de symbolen daarvan in de openbare ruimte. Daarnaast was het advies: voer een brede dialoog over het standbeeld van Coen en neem daarna een besluit over de toekomst van het standbeeld.

In 2023 rondde Hoorn een onderzoek af naar het eigen slavernijverleden. De gemeente sprak de ambitie uit om dit verleden niet weg te stoppen, maar juist zichtbaar en bespreekbaar te maken door in te zetten op dialoog, educatie, bewustwording en inclusie.

Marieke van Leeuwen, bestuursadviseur bij de gemeente: “We wilden niet weer een debat over ‘blijft het beeld staan of niet’, maar ruimte creëren voor wat het met mensen doet. Met als belangrijkste doelen elkaar leren begrijpen en nader tot elkaar komen.”

Via historicus Maria Grever, betrokken bij het KNAW-rapport Wankele Sokkels, kwam de gemeente uit bij de methode emotienetwerken, ontwikkeld door ImagineIC en de Reinwardt Academie. Deze methode richt zich niet op standpunten of debat, maar op het verkennen van emoties en waarden die aan erfgoedkwesties kleven. Het helpt deelnemers hun eigen positie beter te begrijpen én verbinding te maken met anderen.

Van Leeuwen vertelt: “Het gaat niet om de argumenten zelf, of om elkaar te overtuigen. Het gaat om leren begrijpen waar iemands gevoelens en overtuigingen vandaan komen. Dat maakt het gesprek zachter en brengt mensen nader tot elkaar.”

Een cruciale stap was dat de gemeenteraad eerst zelf een sessie emotienetwerken deed. Voor veel raadsleden was het leerzaam om te merken hoe snel je in een rol stapt, een standpunt inneemt of uit verdediging gaat spreken. Van Leeuwen: “Het was voor de raad heel verhelderend. Ze merkten hoe lastig het is om los te komen van standpunten, maar ook hoeveel begrip het oplevert als je dat wel doet.” Die ervaring heeft bijgedragen aan de keuze om het stadsgesprek met inwoners via dezelfde methode te organiseren.

Breed, zorgvuldig en inclusief georganiseerd

De raad vroeg om een breed samengesteld gesprek. De gemeente koos daarom voor een representatieve loting. 4.000 adressen werden aangeschreven, 235 inwoners meldden zich vrijwillig aan en uit die groep werden 80 deelnemers geloot, plus een reservelijst van 15 personen. Tijdens het stadsgesprek bleek dat niet alle demografische groepen volledig vertegenwoordigd waren. Jongeren en inwoners met een migratieachtergrond waren ondervertegenwoordigd, maar de mix was wel veel diverser dan in eerdere gesprekken.

Daarnaast werd een open oproep uitgezet voor inwoners en mensen van buiten Hoorn die hun kijk op het standbeeld wilden delen. Maar liefst 200 mensen stuurden een bijdrage in: van persoonlijke verhalen en korte statements tot uitgebreide reflecties. De meerderheid daarvan was opvallend genuanceerd. Volgens Gea Wolfslag, communicatieadviseur bij de gemeente, zat daar een duidelijke boodschap in: “Veel mensen, ook mensen die graag zien dat het standbeeld blijft staan, zeiden: geef meer informatie, pas het aan of voeg iets toe, maar laat het niet zoals het is.”

Het Westfries Museum (en oud-directeur Ad Geerdink) werd ook betrokken bij de voorbereiding. Zij maakten een uitlegvideo waarin de geschiedenis van het standbeeld, de totstandkoming ervan en eerdere discussies worden gevisualiseerd. Het museum had al ervaring met het onderwerp; hun tentoonstelling ‘De Zaak Coen’ won eerder een Europese erfgoedprijs. De film zorgde dat deelnemers een gedeelde basis aan informatie hadden.

Het gesprek vond plaats op een zaterdag en duurde van 9.30 tot 14.30 uur. Deelnemers werden verdeeld over tafels van tien personen, begeleid door ervaren gespreksleiders van de Reinwardt Academie. De burgemeester, raadsleden en ambtenaren waren aanwezig als toehoorders — een bewuste keuze, omdat het gesprek echt aan de inwoners moest zijn.

Gea Wolfslag, communicatieadviseur bij de gemeente: “Veel mensen, ook mensen die graag zien dat het standbeeld blijft staan, zeiden: geef meer informatie, pas het aan of voeg iets toe, maar laat het niet zoals het is.”

Een belangrijk moment tijdens de dag was de bijdrage van een nazaat van de oorspronkelijke inwoners van Banda, ingebracht via historicus Ron Habiboe. Zijn videoboodschap was geen aanklacht, maar een oproep tot menselijkheid en erkenning. Volgens Wolfslag was dit een kantelpunt: “Vanaf dat moment ging het gesprek veel meer over oplossingen, over verantwoordelijkheid en over hoe we samen verder kunnen.”

De waardering van de deelnemers was hoog: het stadsgesprek werd gemiddeld beoordeeld met een 4,3 op een schaal van 5. Mensen vonden het “verrijkend”, “verbindend” en “veel dieper dan verwacht”. Op basis van alle opbrengsten wordt nu gewerkt aan een voorstel voor het vervolgtraject. Niet om een definitief oordeel over het standbeeld te vellen, maar om als stad te bepalen hoe Hoorn met dit erfgoed wil omgaan. Wat in ieder geval duidelijk is: het gesprek over Coen moet levend blijven. Van Leeuwen verwoordt het treffend: “Erfgoed leeft en dat betekent dat je het samen moet blijven duiden.”

Het voorbeeld van Hoorn toont dat het mogelijk is om een beladen onderwerp op een inclusieve en verbindende manier te bespreken. Door zorgvuldig te organiseren, partnerschappen te benutten, ruimte te maken voor emoties en het gesprek breed te trekken, ontstaat een erfgoedpraktijk die niet alleen recht doet aan het verleden, maar ook aan de mensen die er nu mee leven.

(Beeldverantwoording: Boven het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op de Roode Steen. Onder: burgers met elkaar in gesprek in de plenaire raadzaal, Gemeente Hoorn)

Deel dit artikel

Categorieën

Tags

Gerelateerde berichten

  • Gratis erfgoedlunchlezing op locatie

    Categorie: Cultuurlandschap, Duurzaamheid, Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Het Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland biedt gemeenten de mogelijkheid om een gratis erfgoedlunchlezing te organiseren op het eigen kantoor. Deze korte lezing is bedoeld om collega’s binnen de gemeente kennis te laten maken met de meerwaarde van erfgoed in beleid en projecten.

  • Culturis helpt bij vraagstukken erfgoedinstellingen

    Categorie: Archeologie, Cultuurlandschap, Duurzaamheid, Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Sta je als culturele organisatie in Noord-Holland voor strategische, financiële of organisatorische uitdagingen? Culturis (voorheen Cultuurherstel) koppelt culturele leiders aan ervaren professionals uit het bedrijfsleven die graag meedenken over zakelijke vraagstukken en optreden als sparringpartner voor toekomstbestendige keuzes.