Verduurzaming: maak de stolp klaar voor de toekomst

De Stolpencursus van het Steunpunt stond dit jaar in het teken van verduurzaming, noodzakelijk om de stolp toekomstbestending te maken en daarmee een bijdrage te leveren aan het behoud van de historische stolpboerderijen in het Noord-Hollandse landschap. Hoe doe je dat?

Uitgangspunten voor verduurzaming

De wens om te verduurzamen komt grotendeels voort uit de maatschappelijke opgave om klimaatverandering af te remmen en de kosten van de stijgende energierekening te drukken. Bovendien kunnen verduurzamingsmaatregelen het wooncomfort vergroten. Het Trias Energetica-principe, een strategie die al in 1979 is ontwikkeld aan de TU Delft, vormt de basis voor verduurzaming van monumenten en kan ook toegepast worden op stolpboerderijen:

  1. Beperk het energieverbruik door verspilling tegen te gaan (laaghangend fruit) bijvoorbeeld door te isoleren, kierdichting toe te passen of zuinige verlichting. Maar denk ook na over hoe een pand gebruikt wordt. Met hoeveel mensen wordt er gewoond en is het noodzakelijk om alle woonruimtes te verwarmen of is compartimenteren een optie?
  2. Maak maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen, zoals wind-, water-, en zonne-energie.
  3. Maak zo efficiënt mogelijk gebruik van (fossiele) energiebronnen om in de resterende energiebehoefte te voorzien: bijvoorbeeld door lage temperatuurverwarming (vloerverwarming), het beperken van leidinglengten van warmtewaterleidingen en leidingweerstand van verwarmings- en ventilatiesystemen of het gebruik maken van een warmtepomp.
Uitdagingen en Risico’s

De grootste uitdaging van het verduurzamen van stolpen houdt verband met het grote oppervlak. Doordat ze zo groot zijn, is het verbouwen van stolpen een financiële uitdaging. Het grootste deel van het budget is nodig voor basiswerkzaamheden zoals herstel van de kap, herindeling van ruimten, metselwerkherstel of de inrichting van het grote erf. Vaak blijft er te weinig budget over voor verduurzaming. Het intact houden van de vierkantconstructie als hart van de stolp en het behouden van de cultuurhistorische waardevolle onderdelen van een stolpboerderij zoals schouwen, bedstedes, paneeldeuren en balklagen vormen ook een uitdaging. Vooral isolatiemaatregelen brengen risico’s met zich mee. Een belangrijk aandachtspunt om rekening mee te houden bij aanbrengen van isolatie, is voldoende ventilatie. Door isoleren wordt de natuurlijke toevoer van lucht beperkt en dit kan grote gevolgen hebben voor de vochthuishouding en de gezonde atmosfeer in de stolp. Het aanbrengen van isolatie vraagt dan ook om zorgvuldige afwegingen. Onjuiste materiaal-en constructiekeuzes kunnen bouwfysische problemen veroorzaken. Door het plaatsen van geïsoleerde voorzetwanden koelt de gevel in de winter af, waardoor deze langer nat blijft en de kans op schade door vorst toeneemt. Ter plaatse van de oplegging van houten balken in de gevel bestaat het risico op schade door condensatie van woonvocht, terwijl de balken door de afkoeling van de muur vervolgens ook langer nat blijven wat uiteindelijk rotting tot gevolg heeft. Door een geïsoleerde voorzetwand wordt de gevel bovendien blootgesteld aan grotere schommelingen in temperatuur. Hierdoor ontstaan spanningen die kunnen leiden tot scheurvorming in de gevel. Toch zijn geïsoleerde voorzetwanden vaak de enige mogelijkheid, omdat isolatie aan de buitenkant het aanzicht van de stolpboerderij aantast en de meeste stolpboerderijen geen spouwmuren hebben. Een goede ventilatie, goede aansluiting en de juiste detaillering geeft de beste garantie voor de toekomst.

De voordelen van stolpen

Er zijn naast uitdagingen ook kenmerken van stolpboerderijen die een voordeel vormen bij verduurzaming. De grootte van een stolpboerderij biedt veel ruimte voor installaties die bijvoorbeeld nodig zijn voor een warmtepomp. Mainstream is nu de warmtepomp met een scheiding tussen lucht- en bodemwarmte. Boren in de bodem is op een groot boerenerf vaak mogelijk, maar het risico bij bodemwarmte is dat de bron ‘bevriest’, het is daarom van belang om de bron in balans te houden en dit kost veel energie. Verder biedt een groot boerenerf mogelijkheden om eventuele zonnepanelen niet op het hoofdgebouw te plaatsen, maar elders op het erf of op een bijgebouw. Of denk aan de mogelijkheid voor het plaatsen van een kleine windmolen in het landelijk gebied. De Noord-Hollandse Energie Regio heeft hierover een handreiking geschreven voor de kop van Noord-Holland.

Meer lezen

Kijk voor meer informatie eens in het afwegingskader ‘Verduurzaming van monumenten’ opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Dit afwegingskader is bedoeld voor gemeenten in hun rol als vergunningverlener in het proces van de verduurzaming van monument en heeft als doel de eenduidigheid, helderheid, navolgbaarheid en transparantie bij de afweging en beoordeling van duurzaamheidsingrepen in monumenten te verbeteren. Het afwegingskader gaat in op vensterisolatie, gevelisolatie, dakisolatie en vloerisolatie. In 2024 zal het afwegingskader geactualiseerd worden met verwarmingssystemen.

Kijk ook eens naar de Stolpenwijzer onder het kopje ‘Verduurzaming’ https://www.mooinoord-holland.nl/portfolio-items/stolpenwijzer/ of vraag een DUMO adviseur die monumenteigenaren begeleidt bij concrete plannen voor het verduurzamen van monumenten en ondersteuning biedt bij de aanvraag omgevingsvergunning.

(Beeldverantwoording: Stolpen aan het Verlaat – Anna Groentjes)

Deel dit artikel

Categorieën

Tags

Gerelateerde berichten

  • Schrijf je nu in voor erfgoedmagazine ode

    Categorie: Archeologie, Cultuurlandschap, Duurzaamheid, Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Schrijf je nu in voor de nieuwste editie van ode en ontvang ode digitaal en/of in je brievenbus.

  • Afbeelding van een kasteel of buitenplaats

    Subsidies en fondsen voor monumenten

    Categorie: Gebouwd erfgoed

    Het Rijk, de provincie Noord-Holland, de Noord-Hollandse gemeenten én de monumenteneigenaren zelf hebben er belang bij dat een monument in goede onderhoudsstaat blijft. De verschillende overheden komen eigenaren van rijks-, provinciaal of gemeentelijk monumenten (en is sommige gevallen bijvoorbeeld ook beeldbepalende panden) om die reden met verschillende subsidies tegemoet.