Archeologie op tafel!

Het behouden van archeologische vindplaatsen in situ en het zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed zijn beide onderdeel van de omgevingskwaliteit. Voor de beste omgang met archeologie is het van belang om zo vroeg mogelijk betrokken te zijn bij planontwikkeling. Dat houdt in, nog vóór de vergunningaanvraag, zodat gebruik gemaakt kan worden van het erfgoed om de kwaliteit van de omgeving te verhogen. Hoe een gemeente dat organiseert, staat de gemeente vrij. Naast de waarborgen voor archeologie op ambtelijk niveau, zowel in de planvoorbereiding als en in het vergunningsproces, is het voor het behoud en benutting van archeologische waarden ook nuttig wanneer archeologie een vanzelfsprekend gespreksthema is aan (de mogelijk te vormen) omgevingstafels en in de gemeentelijke adviescommissie.

Archeologie als omgevingskwaliteit

In de Omgevingswet wordt cultureel erfgoed, waaronder uiteraard ook de archeologische waarden, onder de Omgevingswet ‘archeologische monumenten’ genoemd, expliciet genoemd als een onderdeel van de fysieke leefomgeving dat medebepalend is voor een goede omgevingskwaliteit (art. 1.3, lid a.). Ten eerste geeft de aanwezigheid van cultureel erfgoed een intrinsieke waarde en een zekere kenbare tijdsdiepte aan een gebied. Ten tweede kan waarde in een gebied gecreëerd worden door in het ruimtelijke ontwerp het erfgoed als inspiratiebron te benutten en de bestaande erfgoedwaarden meer voor het voetlicht te brengen. Om die waarden te bereiken zou tijdige en logische inpassing van archeologie vanzelfsprekend moeten zijn.

Praktijkvoorbeeld

Om een kerkgebouw in Ankeveen geschikt te maken voor duurzaam toekomstig gebruik en herbestemming als theater, bleek een uitbreiding noodzakelijk. Er werden plannen gemaakt die zijn voorgelegd aan de welstand- en monumentencommissie. Daarop zijn deze aangepast met respect voor de zichtlijnen van het monument en diens omgeving, en is gekozen voor een glazen aanbouw en ondergrondse ruimte.

Tijdens de inventariserende fase van het archeologisch onderzoek als deel van de omgevingsvergunning bleek naast het kerkgebouw een intacte archeologische vindplaats (begraafplaats) aanwezig te zijn die niet behouden kon blijven bij de aanleg van de ondergrondse ruimte. Voor de betrokkenen was dit een tegenvaller in tijd en kosten, maar ook kon de vindplaats niet in situ behouden blijven, terwijl in situ behoud primair het doel is van archeologiebeleid. Door de vindplaats ter grootte van de bodemverstoring op te graven, is gezorgd voor behoud ex situ. Echter, daarbij zijn selecties gemaakt en is niet het volledige onderzoekspotentieel benut. Tevens is de omgeving van het monument aangetast.

In dit geval hadden de begraafplaats en het kerkgebouw een direct historisch verband, maar ook een vindplaats uit een ander tijdvak zou een laag hebben toegevoegd aan de tijdsdiepte van de plek. Kortom; indien archeologie eerder ter tafel was gekomen, waren wellicht andere keuzes gemaakt. Het maakt duidelijk dat voor een integrale afweging het noodzakelijk is dat alle gegevens beschikbaar zijn op het moment dat een besluit wordt genomen.

Archeologie in de planvorming

Archeologiebeleid is gericht op het bewaren van archeologisch erfgoed voor de toekomst als bron van kennis en op het benutten als bron van ruimtelijke kwaliteit. Dit kan het beste door de te behouden vindplaatsen in te passen in ruimtelijke ontwikkelingen en door bij het ruimtelijk ontwerp het erfgoed als inspiratiebron te benutten en de bestaande erfgoedwaarden meer voor het voetlicht te brengen (waardecreatie). Gemeenten nemen met de verlening van omgevingsvergunningen voortdurend besluiten over de omgang met archeologische monumenten, waarbij waardecreatie met erfgoed vooral bij grotere projecten een rol speelt. Het kan echter al bij plannen die de bouw van een bijgebouw betreffen nodig zijn om planaanpassingen te doen, om archeologische resten in situ te behouden. Het is dus zaak dat planaanpassing nog mogelijk is. En daarvoor is het noodzakelijk dat de initiatiefnemer bijtijds weet waar zich in het plangebied archeologische resten bevinden en om wat voor vindplaats het gaat, zodat de plannen daarop kunnen worden aangepast. Als archeologie pas aan bod komt gedurende de aanvraag van een omgevingsvergunning, kunnen plannen niet worden aangepast. Dat is een slechte uitkomst voor het ondergronds erfgoed en daarmee ook voor de omgevingskwaliteit.

Het goede moment om te beginnen met archeologisch onderzoek is het eerste moment waarop een initiatiefnemer een globaal plan voorlegt aan de gemeente. Als een gemeente intaketafels heeft ingesteld, of een andere manier van vooroverleg kent, kan dat het moment zijn om de initiatiefnemer te wijzen op de onderzoeksplicht die geldt in het plangebied en de noodzaak om tijdig te beginnen met dit onderzoek. Een andere manier is om archeologie ter sprake te brengen in de fase van vooroverleg bij de gemeentelijke adviescommissie.

De gemeentelijke adviescommissie

Na invoering van de Omgevingswet zal de nieuwe gemeentelijk adviescommissie in de meeste gemeenten een bredere en meer integrale adviestaak krijgen dan de welstand- en monumentencommissies van nu. Dit betekent dat gesprekken met de commissie ook in vroegere fasen van planvorming kunnen plaatsvinden. Bij het overgrote deel van de initiatieven waar de commissie over adviseert speelt archeologie geen rol. Maar als dat wel het geval is, of kan zijn, is die specifieke erfgoeddeskundigheid een logische toevoeging om een integraal advies mogelijk te maken. De gemeentelijke adviescommissie kan hierin een actieve rol nemen door bij dergelijke plannen zelf archeologische expertise in te schakelen.

In de door de VNG opgestelde Modelverordening ‘gemeentelijke adviescommissie’ is in art. 10 voorzien in een oproepbare adviseur. Dat zal voor de meeste commissies voldoende zijn. Als het aspect archeologie vaker speelt, kan een (sub)commissielid worden benoemd met deze expertise.

Archeologie aan de omgevingstafel

In de meer op ‘uitnodiging’ gerichte gemeentelijke planprocessen heeft de initiatiefnemer al in de verkennende fase van de planvorming contact met de gemeente. Dat proces kan door een gemeente worden georganiseerd als een zogenaamde omgevingstafel. Bij een wenselijk initiatief, schuiven daarbij meerdere experts (van bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, milieu, bouwen) en ketenpartners (zoals de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD), Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten) aan bij de Omgevingstafel. Afhankelijk van de complexiteit van het project kunnen daarna meer of minder overlegrondes, met eventueel aanvullende belanghebbenden nodig zijn. De initiatiefnemer stelt aanvankelijk een globaal plan op. Naar aanleiding van de overleggen met alle betrokkenen wordt het plan aangescherpt tot er uiteindelijk tot een definitief ontwerp wordt gemaakt waarmee idealiter de vergunningaanvraag vlot kan leiden tot een vergunning. Het is dan niet de bedoeling dat er tijdens de beslistermijn nog verrassingen naar boven komen. Ook archeologie is in deze meer faciliterende procesgang een belangrijke in te brengen expertise. Dit kan worden geleverd door een (al dan niet externe) expert van de gemeente en/of door een afgevaardigde vanuit de gemeentelijke adviescommissie. Vanuit de gemeentelijke adviescommissie zal het accent misschien meer liggen op de toepasbaarheid van archeologische kennis in het ontwerp, terwijl een expert van de gemeente mogelijk meer naar het behoud van archeologische waarden omkijkt.

Brede blik

Op welke manier het ook geregeld wordt, vroeg inzicht in de aanwezigheid van archeologische monumenten zorgt voor de beste uitkomst. Betekenisvolle bescherming en benutting van archeologische waarden vraagt van gemeentebesturen, de ambtelijke diensten, externe adviseurs, de gemeentelijke adviescommissie en natuurlijk de initiatiefnemer alertheid en een brede blik op omgevingskwaliteit.

Verder lezen (literatuur, websites etc.):

(Tekst: Eliza van Rooijen, Jef Muhren, Nathalie Vossen – Castricum juli 2022. Beeldverantwoording: André Russcher)

Deel dit artikel

Categorieën

Tags

Gerelateerde berichten

  • Verslag Erfgoedteam: De leefbare kern

    Categorie: Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Op woensdag 6 februari organiseerde het Steunpunt een Erfgoedteam over erfgoedbeleid. Hieronder delen we onze observaties, tips & tricks en goede voorbeelden uit de praktijk.

  • [Persbericht] Lancering vijfde editie erfgoedtijdschrift ode

    Categorie: Archeologie, Cultuurlandschap, Duurzaamheid, Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Op woensdagmiddag 19 juni 2024 lanceerde het Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland tijdens het symposium Samen Slimmer bij de Groene Afslag de vijfde editie van erfgoedtijdschrift ode.