Monumenten worden verbouwd, gerestaureerd en getransformeerd en daarbij wordt dikwijls in archeologisch waardevolle grond gegraven. Als dat gebeurt zonder dat er archeologisch onderzoek wordt gedaan, kan het bodemarchief verstoord raken. We organiseerden een Erfgoedteam om het hier over te hebben, te analyseren waar het mis kan gaan en hoe we dat kunnen voorkomen. Hier onder volgt een beknopt verslag.

Hoe kan het mis gaan?

De eerste persoon die de aanvraag onder ogen krijgt is de vergunningverlener bij de gemeente. Als die constateert dat het een (rijks)monument betreft worden de juiste erfgoedexperts aangehaakt. Niet altijd is het voor de vergunningverlener duidelijk wanneer er archeologische waarden in de ondergrond aanwezig zijn en of deze archeologische waarden in het geding komen doordat eventuele graafwerkzaamheden de vrijstellingsgrenzen overschrijden. Er wordt in dit geval geen archeologisch advies gevraagd.

Wanneer een rijksmonumentenactiviteit door de gemeente voor advisering aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wordt voorgelegd, zal de RCE een advies uitbrengen over de onderdelen die betrekking hebben op het gebouw. Onder de bescherming van een rijksmonument valt alles dat aan het gebouw vast zit, dus ook de fundering, maar ook bijvoorbeeld heipalen. De bevoegdheid van de RCE gaat niet over de ondergrond, dit is de bevoegdheid van de gemeente. Gebouwde rijksmonumenten zijn beschermd, maar de ondergrond niet (op rijksniveau). De bevoegdheden zijn hier gescheiden en die afbakening is niet altijd voor iedereen duidelijk.

Wanneer de RCE niet ingeschakeld wordt, maar het plan alleen wordt voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit, kan hetzelfde gebeuren. De adviescommissie gaat er namelijk vanuit dat de gemeente al heeft bepaald of er archeologische waarden in het geding zijn en het archeologische onderzoek zo nodig al heeft plaatsgevonden.

Nadat de gemeente het advies van de RCE en/of de gemeentelijke adviescommissie heeft ontvangen, wordt er vaak niet meer naar de grondroerende zaken gekeken. Samenvattend kan worden gezegd dat een rijksmonumentenstatus uitnodigt om toe te zien op zorgvuldige omgang met het gebouwde, maar dat de ondergrond nergens in het proces aan de orde komt, waardoor deze gemakkelijk vergeten wordt.

Casussen en oproep

Cecilia Verschoor van de RCE verzorgde de inleiding op het onderwerp. Daarna werden er verscheidene casussen gepresenteerd.

  • Rob van Eerden (provincie Noord-Holland) vertelt over een onderzoek naar een boerderij aan de Witsmeer. De boerderij moest gesloopt worden voor de aanleg van een weg, maar in de ondergrond van deze boerderij lagen de plattegronden van voorgangers. En die plattegronden zijn van groot belang voor wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling van de stolptypologie. Rob doet daarom de oproep aan gemeenten om bewust te zijn van het wetenschappelijke belang van de ondergrond van stolpen en – wanneer dat niet verplicht is – zelf de kosten van archeologisch onderzoek te dragen.
  • Carla Soonius (Archeologie West-Friesland) presenteert verschillende casussen. De afgraving van een terp onder een rijksmonument in Grootebroek, een kerk, een langhuisstolp en kasteel Radboud. Carla toont met haar presentatie de kwetsbaarheid van archeologie. Op het moment dat de vergunning is afgegeven kun je als archeoloog niets meer afdwingen en is de initiatiefnemer vrij om het bodemarchief te verstoren.
Oplossingsrichtingen

We verkenden met de deelnemers mogelijke oplossingen. De deelnemers vertegenwoordigden verschillende disciplines. Zo waren er archeologen en bouwhistorici aanwezig, maar ook vergunningverleners, erfgoedadviseurs en bouwinspecteurs en -toezichthouders. In het algemeen werd er gepleit voor het creëren van meer bewustwording – zorg dat je op de hoogte bent van archeologische waarden en wie daarnaar kijkt – en een integrale aanpak – probeer in samenhang te adviseren, neem het belang van de archeologie mee in het advies dat toch al wordt gegeven. Hieronder volgen de belangrijkste opmerkingen die werden gemaakt.

  • Archeologie is duur. Het zou mooi zijn als er een gemeentelijke subsidie komt voor archeologisch onderzoek bij monumenten, ook (of juist) wanneer het onderzoek niet verplicht is. Een goed voorbeeld is gemeente Hoorn, waar op kosten van de gemeente altijd door archeologen wordt meegekeken als er archeologische waarden in het geding zijn.
  • Gemeenten kunnen ook meer gemeentelijke archeologische monumenten aanwijzen. Deze vorm van bescherming biedt de gemeente veel meer regie bij graafwerkzaamheden.
  • Vergunningverleners zijn de eersten die het plan beoordelen. Als archeologisch onderzoek vereist of gewenst is, is de eerste beoordeling van een vergunningaanvraag het moment om naar archeologie te vragen (of om de mensen aan te haken die erom kunnen vragen). Een tip is daarom om vergunningverleners te attenderen op het belang van archeologisch onderzoek bij wijzigingen aan rijksmonumenten.
  • Toezichthouders zouden de tijd moeten hebben om de graafdiepte op archeologisch waardevolle plekken te controleren. Als er op tekening staat aangegeven dat er 30 cm wordt afgegraven, ga dit dan in het werk controleren. Soms wordt er namelijk dieper afgegraven. Toezichthouders zouden ook meer betrokken kunnen worden bij vergunningverlening. Zij weten wat er speelt in het veld en of een vergunning haalbaar is.
  • Wees alert als gemeentelijke adviescommissie. Vraag eens na of er al naar de archeologie is gekeken; net zoals je vraagt of een plan voldoet aan het bestemmingsplan en of er bouwhistorisch onderzoek is gedaan. Bekijk of de in het plan aangegeven graafdiepte bouwtechnisch haalbaar is, of dat er mogelijk dieper gegraven wordt. De commissie kan de toezichthouder influisteren om te gaan kijken en heeft daarmee een signaleringsfunctie. Hierbij is de samenwerking tussen plantoelichter en handhaver dus van belang.
  • De samenhang tussen boven- en ondergronds erfgoed is overduidelijk. Adviseer daarom ook in samenhang. Wees nieuwsgierig naar elkaar. We doen onszelf tekort als we sectoraal blijven adviseren.
  • Bij de advisering over een rijksmonumentactiviteit kan de RCE de gemeente attenderen op mogelijke archeologische waarde. Dat gebeurt al, maar kan nog vaker.

(Beeldverantwoording: Weg met stolpboerderij, foto van Anna Groentjes)

Deel dit artikel

Categorieën

Tags

Gerelateerde berichten

  • [Persbericht] Lancering vijfde editie erfgoedtijdschrift ode

    Categorie: Archeologie, Cultuurlandschap, Duurzaamheid, Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Op woensdagmiddag 19 juni 2024 lanceerde het Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland tijdens het symposium Samen Slimmer bij de Groene Afslag de vijfde editie van erfgoedtijdschrift ode.

  • ode 5

    Categorie: Archeologie, Cultuurlandschap, Duurzaamheid, Gebouwd erfgoed, Omgevingswet

    Deze editie van ode gaat over het belang van omgevingskwaliteit door erfgoed, waarbij erfgoed wordt bezien in relatie tot alle ruimtelijke opgaven waaraan we werken, zoals de energietransitie en waterveiligheid. De auteurs bieden verschillende perspectieven op dat vraagstuk.