Bij het aanwijzen van gemeentelijke monumenten krijgen ambtenaren vaak vragen van eigenaren over wat er onder de bescherming valt en wat niet, en welke mogelijkheden er zijn om het monument te verbouwen. In dit artikel lees je meer over de documenten die ten grondslag liggen aan de aanwijzing van een gemeentelijk monument, wat wel en niet onder de bescherming van een gemeentelijk monument valt, en hoe je als ambtenaar monumenteigenaren kunt ondersteunen bij (concrete) verbouwplannen.

Voor het aanwijzen van gemeentelijke monumenten dient een aantal processtappen te worden doorlopen. Op onze website lees je hoe je als gemeente een gemeentelijk monument kunt aanwijzen op basis van de erfgoedverordening en via het omgevingsplan.

De redengevende omschrijving

Om te bepalen of een object als gemeentelijk monument kan worden aangewezen, wordt een redengevende omschrijving gemaakt. Dit document vormt de juridische basis van een monumentenstatus en is de onderbouwing van de aanwijzing bij de besluitvorming. De redengevende omschrijving van gemeentelijke monumenten, zoals gemeenten die sinds de inwerkingtreding van de Monumentenwet in 1988 opstellen, is vormvrij. Hierdoor bestaan er verschillende varianten. Hedendaagse redengevende omschrijvingen bestaan grofweg uit de volgende drie onderdelen:

  • Algemene informatie over de ontstaansgeschiedenis en cultuurhistorische context, zoals het (vermoedelijke) bouwjaar, de locatie, de architect, de kenmerken van het object/gebouwtype en haar omgeving, en een beknopt overzicht van de bouwhistorie. Gedetailleerde historische informatie op basis van archiefonderzoek komt aan de orde in een bouwhistorisch onderzoek.
  • Een beschrijving van de (directe) omgeving van het object, het terrein, de uiterlijke kenmerken van het exterieur en – als de eigenaar daar toestemming voor geeft – het interieur.
  • De waardering, waarin wordt omschreven in welke opzichten het object waardevol is. In de meeste gevallen wordt gewaardeerd op basis van de criteria die door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn opgesteld: cultuurhistorische waarde, stedenbouwkundige en/of situationele waarde, architectuurhistorische waarde, gaafheid/herkenbaarheid en zeldzaamheid.

Er zijn ook gemeenten die hun eigen waarderingscriteria hanteren, bijvoorbeeld voor specifieke objecten zoals Post 65 gebouwen. Daarnaast kunnen gemeenten bredere waarden aan de criteria toevoegen, waaronder sociaal-maatschappelijke waarde of belevingswaarde. Gemeente Almere heeft dit gedaan door een Handleiding waarderingscriteria Almeers erfgoed op te stellen.

Het doel van de redengevende omschrijving is om de aanwijzing van een monument te motiveren vanuit de cultuurhistorische context van het object. Het vormt daarmee de juridische basis van de aanwijzing en daarom is het een neutrale, objectieve en kernachtige beschrijving. Het gaat te ver om per onderdeel gedetailleerd aan te geven wat wel en niet waardevol is. Dit gebeurt in een bouwhistorisch onderzoek. Hierover lees je verderop in dit artikel meer.

Wanneer een object wordt aangewezen als gemeentelijk monument, is het gehele gebouw, bouwwerk of terrein beschermd, zowel het exterieur als het interieur. In sommige gevallen komt het voor dat het interieur niet is bezocht, maar ook dan valt het interieur onder de bescherming. Vaak wordt er in de redengevende omschrijving genoteerd dat het interieur niet is bezocht en nader onderzoek nodig is. Het is mogelijk om bepaalde onderdelen – op basis van de geringe/niet aanwezige monumentale waarden – uit te sluiten van de bescherming, bijvoorbeeld bijgebouwen, door expliciet te noteren dat deze onderdelen buiten de bescherming vallen.

Wijzigingen aan monumenten

Na het toekennen van een monumentenstatus stellen eigenaren vaak de vraag aan gemeenten wat zij precies mogen wijzigen aan hun monument. Wijzigingen aan monumenten zijn vergunningplichtig en vragen om maatwerk. Hoewel tijdens de advisering in het vergunningstraject door de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit rekening wordt gehouden met de dynamiek van een monument – veranderingen zijn nodig voor gebruik – wordt er ook op toegezien dat de monumentale waarden niet onevenredig worden aangetast. Om dit goed te kunnen doen, is soms aanvullend onderzoek naar de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een monument nodig. Een redengevende omschrijving is hierbij niet altijd genoeg, want dit document dient immers als juridische basis om een monumentenstatus aan de hand van de cultuurhistorische context te onderbouwen.

Als erfgoedambtenaar kun je adviseren om een bouwhistorisch onderzoek uit te laten voeren. Dit onderzoek richt zich op de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een monument en wordt uitgevoerd door een erkend bouwhistoricus. Op basis van een visuele inspectie, bouwtekeningen en documenten wordt de oorspronkelijke situatie ten tijde van de bouw inzichtelijk gemaakt en de veranderingen die het monument in de loop der tijd heeft ondergaan. Naast de historische context zijn aspecten zoals bouwmethode, constructie, toegepaste materialen en afwerkingen van belang om mee te nemen in het onderzoek.* Hieruit volgt een waardering van de verschillende elementen van het gebouw. Het bouwhistorisch onderzoek inclusief de waardering geeft de eigenaar en architect handvatten voor het maken van ontwerpkeuzes, en helpt de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit en de erfgoedambtenaar de voorgestelde wijzigingen te beoordelen.

Per casus kun je de omvang en diepgang van een bouwhistorisch onderzoek bepalen. Dit hangt af van de hoeveelheid beoogde wijzigingen en de complexiteit van het monument. Wil een eigenaar bijvoorbeeld alle vensters vervangen en voorzien van dubbelglas? Dan kan het bouwhistorisch onderzoek zich uitsluitend richten op de vensters. Wanneer er een aanvraag ligt voor een totale verbouwing of herbestemming van een monument, dan is een uitgebreid bouwhistorisch onderzoek van belang, waarin alle aspecten van het monument aan bod komen. Twijfel je als erfgoedambtenaar over hoe uitgebreid een bouwhistorisch onderzoek moet zijn bij een bepaalde casus? Je kunt altijd een van je erfgoedcollega’s, de adviseurs van het Steunpunt of de contactpersoon van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit bevragen.

Monumenteigenaren ondersteunen

Als erfgoedambtenaar kun je monumenteigenaren op verschillende momenten en manieren ondersteunen. Wanneer een pand net is aangewezen als monument, is het begrijpelijk dat de eigenaar met veel vragen zit. Naast dat je als erfgoedambtenaar met de eigenaar in gesprek kunt gaan of een informatieavond voor nieuwe monumenteigenaren kunt organiseren, kun je nieuwe eigenaren ook informeren door middel van goede informatie op de gemeentelijke website en een folder voor monumenteigenaren. Er bestaan al verschillende gidsen en folders, bijvoorbeeld de Gids Monumentaal Wonen van het Nationaal Restauratiefonds, en enkele gemeentelijke handleidingen voor monumenteigenaren, zoals in Amsterdam en Amstelveen. In deze gemeentelijke handleidingen wordt onder andere aangegeven wat een monumentale status inhoudt, wat onder de bescherming valt, hoe eigenaren een omgevingsvergunning kunnen aanvragen, welke financieringsvormen en subsidiemogelijkheden er zijn, en met wie van de gemeente de eigenaar contact kan opnemen bij vragen.

Daarnaast werken sommige gemeenten met een monumentenloket en/of een monumentenspreekuur, zoals Haarlem en Schagen. Dit zijn vaste momenten waarop een monumenteigenaar een erfgoedadviseur kan raadplegen over de beoogde wijzigingen. De erfgoedadviseur geeft bijvoorbeeld advies over het proces om tot een aanvraag omgevingsvergunning te komen, en geeft aandachtspunten mee voor de planvorming. De erfgoedadviseur kan iemand zijn die in dienst is van de gemeente, of bijvoorbeeld een externe adviseur uit de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.

Wanneer een monumenteigenaar een concreet bouwplan heeft voor een gemeentelijk monument, is de gemeente verplicht om advies te vragen aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. Hierbij is het altijd raadzaam om als erfgoedambtenaar aan te sturen op een vooroverleg, omdat dit het proces kan versoepelen en tijd bespaart bij de formele procedure (de aanvraag omgevingsvergunning). Tijdens een vooroverleg kan de commissie in een vroeg stadium beter sturen op aanpassingen dan wanneer zij een volledig uitgewerkt plan onder ogen krijgt. Daarnaast kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit ook worden ingezet als inhoudelijke achtervang als het gaat om monumentenkennis.

In dit artikel las je wat een redengevende omschrijving is, wat de reikwijdte van de bescherming van een gemeentelijk monument is, en hoe je monumenteigenaren kunt adviseren en ondersteunen bij verbouwplannen. Heb je naar aanleiding hiervan nog vragen? Stel je vraag via onze helpdesk.

*Stichting ERM, URL 2007 Bouwhistorisch Onderzoek met waardestelling (2024), p. 6.

(Beeldverantwoording: Gemaal de Ronde Hoep, Ouderkerk aan de Amstel. Foto van Els Zweerink)

Deel dit artikel

Categorieën

Tags

Gerelateerde berichten

  • Vastgelopen herbestemming? Het Steunpunt helpt je verder

    Categorie: Gebouwd erfgoed

    Herbestemming is dé manier om erfgoed een nieuwe toekomst te geven. In de praktijk blijkt de laatste stap – van een goed plan naar daadwerkelijke uitvoering – soms stroperig te zijn. Met drie expertsessies wil het Steunpunt gemeenten in Noord-Holland praktisch helpen om vastgelopen herbestemmingscasussen weer vlot te trekken.

  • Samenwerken met lokale erfgoedgemeenschappen

    Categorie: Archeologie, Gebouwd erfgoed

    Verscholen aan de Ruïnelaan ligt de oude begraafplaats van Bergen. Door ruimtegebrek in en rond de kerk en de groei van het dorp werd deze in 1864 aangelegd op geschonken grond. Tot 1920 was de begraafplaats in gebruik waarna nog enkele bijzettingen plaatsvonden in familiegraven. Sinds 2010 is het een gemeentelijk monument.