De druk op archeologie binnen gemeenten neemt toe, terwijl capaciteit en kennis niet altijd toereikend zijn. De regioarcheoloog biedt een oplossing door expertise structureel te organiseren, waardoor plannen verbeteren, kosten dalen en archeologie een vanzelfsprekend onderdeel wordt van ruimtelijke ontwikkeling en beleid.

“De regioarcheoloog is geen adviseur op afroep, maar een vaste kracht in de gemeentelijke praktijk.”

Binnen veel Nederlandse gemeenten staat de archeologische zorg onder druk. In het adviesrapport Archeologie bij de tijd. Aanbevelingen voor aanpassingen uit 2022 van de Raad voor Cultuur wordt duidelijk waar het schuurt. Gemeenten hebben vaak beperkte capaciteit, archeologie komt nog te vaak laat in beeld en de kwaliteit van onderzoek staat onder druk. Tegelijkertijd nemen de ruimtelijke opgaven toe en vraagt de Omgevingswet om een integrale benadering van de fysieke leefomgeving waarin ook ondergronds erfgoed een volwaardige plek heeft.

De situatie in Noord-Holland

In Noord-Holland is goed zichtbaar hoe versnipperd de organisatie van archeologie kan zijn. Grote steden beschikken meestal over een eigen archeologische dienst, soms met veldwerkcapaciteit, zoals Amsterdam, Hoorn en Alkmaar. Andere steden, zoals Haarlem, hebben een eigen dienst zonder uitvoerende taken (archeologisch veldwerk). Daarnaast zijn er gemeenten met een eigen archeoloog of archeologen in dienst, zoals de gemeenten Zaanstad, Wormerland en Oostzaan. In West-Friesland werken tien gemeenten samen via een gemeenschappelijke regeling met Archeologie West-Friesland (waaronder de gemeente Hoorn). Het grootste deel van de gemeenten maakt gebruik van externe adviseurs die vaak op afroep worden ingezet en niet structureel betrokken zijn. Er zijn ook gemeenten waar archeologische expertise feitelijk ontbreekt. Dat is, zeker gezien de wettelijke opgaven, zorgelijk.

De Raad voor Cultuur adviseert daarom om meer financiële middelen beschikbaar te stellen, de kwaliteit van archeologie beter te borgen en te zorgen dat elke gemeente kan beschikken over archeologische expertise, eventueel in een samenwerkingsverband. Door archeologische kennis en capaciteit in de gemeente of regionaal te organiseren ontstaat continuïteit en kwaliteit. Gemeenten die archeologie vroegtijdig meenemen merken dat dit leidt tot betere plannen, minder vertraging en lagere kosten. Binnen het Programma Erfgoed en Overheid komt daarom één oplossing steeds nadrukkelijker naar voren: de regioarcheoloog.

Wat?

Een regioarcheoloog is een archeoloog die structureel werkt voor meerdere gemeenten en hen ondersteunt bij de uitvoering van hun wettelijke archeologische taken. Het gaat niet om een adviseur die alleen op afroep wordt ingezet, maar om een vaste kracht die onderdeel is van de gemeentelijke praktijk. Juist die positie maakt het mogelijk om zowel in de dagelijkse uitvoering als op strategisch niveau verschil te maken. In de praktijk betekent dit dat een regioarcheoloog ruimtelijke plannen toetst aan het vigerende archeologiebeleid, archeologische onderzoeken beoordeelt en al in een vroeg stadium aanschuift bij vooroverleggen en omgevingstafels, zodat archeologie vanaf het begin wordt meegenomen in de gebiedsontwikkeling. Die vroege betrokkenheid maakt een concreet verschil. Door in de ontwerpfase mee te kijken kan een regioarcheoloog vaak met relatief kleine aanpassingen grote effecten bereiken. Het verschuiven van een bouwvlak, kabeltracé of fundering met slechts één of twee meter kan er soms al voor zorgen dat archeologisch onderzoek niet nodig is en archeologische resten in de bodem behouden blijven. Dit levert een duidelijke win-win situatie op waarbij erfgoed behouden blijft en de initiatiefnemer kosten en tijd bespaart.

Waarom?

Bij gemeenten zonder archeoloog in dienst wordt archeologische expertise vaak pas ingeschakeld wanneer iemand signaleert dat dit nodig is. Een externe adviseur wordt dan vaak niet of te laat betrokken (omdat iemand zonder archeologische achtergrond niet herkent dat er mogelijk sprake is van een archeologische waarde/ verwachting). Daarbij komt dat het archeologiebeleid in sommige gemeenten (sterk) verouderd is, waardoor het beleid geen actueel beeld biedt van de aanwezige archeologische waarden en verwachtingen en dus niet in beeld zijn. Juist daar zitten de knelpunten. Soms leeft daarbij de gedachte bij gemeenten: waarom zouden we archeologiebeleid actualiseren, als archeologie al eeuwenlang in de bodem zit? Maar juist nieuwe archeologische onderzoeken leveren voortdurend nieuwe inzichten en kennis op (archeologie is een wetenschap), waarmee waarden en verwachtingen kunnen worden bijgesteld, zowel naar boven als naar beneden. Wanneer kaarten en beleid niet worden geactualiseerd, kan dit ertoe leiden dat onderzoeken onnodig dubbel worden uitgevoerd, terwijl elders archeologische waarden juist buiten beeld blijven. Dat kost tijd en geld en, wanneer de gemeente zelf initiatiefnemer is, ook onnodig belastinggeld. Dat is problematisch, zeker in een tijd waarin de druk op de ruimte groot is en er gezamenlijk gebouwd moet worden aan nieuwe ruimtelijke opgaven. Actueel archeologiebeleid helpt om archeologie vroegtijdig en doelgericht mee te nemen in ruimtelijke ontwikkelingen.

Naast actueel beleid kan een regioarcheoloog (die in dienst is van de gemeente en zichtbaar onderdeel is van de organisatie, met korte lijnen naar vergunningverlening, toezicht en handhaving en ruimtelijke ordening) snel duidelijkheid geven over een eventueel archeologisch raakvlak. Door structureel aanwezig te zijn en aan te schuiven bij vooroverleggen wordt archeologie niet vergeten, maar vanzelfsprekend meegenomen. Daarnaast kan een regioarcheoloog pragmatisch adviseren over de noodzaak en omvang van onderzoek. Op basis van kennis van het gebied en bestaande gegevens kan in sommige gevallen worden onderbouwd dat bepaalde voor- of vervolgonderzoeken, zoals bureauonderzoek, booronderzoek en proefsleuvenonderzoek, niet nodig zijn. Dat bespaart tijd en kosten zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de archeologische zorg.

De regioarcheoloog speelt daarnaast ook een rol in het beheren, interpreteren en actualiseren van de archeologische verwachtings- en beleidskaart, en in het implementeren en actueel houden van dit beleid in het omgevingsplan. Daarbij staat de regioarcheoloog voortdurend in contact met initiatiefnemers (inwoners), archeologische bedrijven en vrijwilligers in de archeologie (vinders en metaaldetectoristen).

Archeologie heeft bovendien niet alleen een wettelijke basis, maar ook een bredere maatschappelijke waarde. Het kan een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van een stad, dorp of regio en daarmee aan de beleving van de leefomgeving. Door archeologie zichtbaar en beleefbaar te maken ontstaan kansen voor educatie en toerisme, bijvoorbeeld via leerlijnen in het onderwijs, tentoonstellingen, informatieborden in de openbare ruimte en thematische fiets- en wandelroutes. Dat vergroot het draagvlak en kan zelfs economische waarde creëren.

Wie?

De rol van regioarcheoloog wordt in de praktijk vervuld door een ervaren archeoloog die werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) oftewel een (senior) KNA-archeoloog. Deze norm borgt de kwaliteit van uitvoering, rapportage en deskundigheid. Maar inhoudelijke kennis alleen is niet voldoende. De regioarcheoloog opereert op het snijvlak van beleid, uitvoering en bestuur. Dat vraagt om iemand die gemeentelijke processen begrijpt, kan schakelen tussen verschillende belangen en archeologie weet te verbinden met andere beleidsterreinen.

De regioarcheoloog voert in de basis geen veldwerk uit. Archeologisch veldonderzoek is voorbehouden aan gecertificeerde bedrijven die werken volgens de KNA. De rol van de regioarcheoloog ligt juist in het beoordelen, aansturen en borgen van de kwaliteit van dit onderzoek. In sommige grote gemeenten, zoals Amsterdam en Alkmaar, is er wel sprake van een eigen archeologische dienst met veldwerkcapaciteit én gemeentelijk depot. Dit vraagt om een groter team, aanvullende certificering en daarmee meer capaciteit en budget. Voor sommige regio's en relatief kleine gemeenten is dit in eerste instantie niet meteen realistisch. Juist daarom is de regioarcheoloog als coördinerende en adviserende kracht voor meerdere gemeenten een efficiënte, effectieve en kostenbesparende oplossing.

Communicatieve vaardigheden zijn essentieel. De regioarcheoloog moet complexe materie begrijpelijk maken en tegelijkertijd meedenken in oplossingen. Richting bestuurders vraagt dat om een helder en strategisch verhaal, richting inwoners om toegankelijkheid en betrokkenheid. Het is daarmee een rol die vergelijkbaar is met een senior beleidsadviseur, met een sterke inhoudelijke basis en regionale binding.

Waar?

De regioarcheoloog is geen vast model, maar een verzamelbegrip. Het gaat niet om één specifieke organisatievorm, maar om het structureel organiseren van archeologische expertise voor meerdere gemeenten. Een veelvoorkomende constructie is dat de regioarcheoloog in dienst is bij één gemeente, die optreedt als centrumgemeente en de archeoloog inzet voor meerdere gemeenten in de regio. De deelnemende gemeenten maken hierover afspraken via een samenwerkingsovereenkomst (zoals Zaanstad met Oostzaan). Een andere mogelijkheid is onderbrenging binnen een gemeenschappelijke regeling. In dat geval is de regioarcheoloog onderdeel van een regionale organisatie die voor meerdere gemeenten werkt, zoals bij Archeologie West-Friesland. Ook kan een regioarcheoloog worden ondergebracht bij een omgevingsdienst, waar al wordt samengewerkt op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit kan efficiënt zijn, mits de archeologische functie voldoende inhoudelijke positie en zichtbaarheid behoudt. Daarnaast komt een constructie via detachering/ inhuur voor, waarbij een regioarcheoloog formeel in dienst is bij een andere gemeenteorganisatie of bureau, maar voor langere tijd wordt ingezet binnen één of meerdere gemeenten. Hier schuilt een belangrijk aandachtspunt. Wanneer een regioarcheoloog te veel op afstand blijft of alleen op afroep wordt ingezet (bij goedkeuring van een gemeente), bestaat een groot risico dat de functie in de praktijk een verkapte externe adviseur wordt. In dat geval blijft de afhankelijkheid bestaan dat iemand (zonder archeologische kennis) binnen de gemeente moet signaleren wanneer archeologische expertise nodig is. Externe partijen moeten vaak eerst formeel worden ingeschakeld door gemeenten, wat de snelheid en effectiviteit niet ten goede komt. Juist daarom is het van belang dat een regioarcheoloog daadwerkelijk onderdeel is van de gemeentelijke praktijk. Dat betekent zichtbaar en benaderbaar zijn (fysieke werkplek op de gemeentekantoren), korte lijnen met collega's en de mogelijkheid om vroegtijdig en zelfstandig mee te kijken bij plannen. Alleen dan kan de regioarcheoloog zijn/haar rol optimaal vervullen en bijdragen aan een efficiënte en kwalitatieve uitvoering van archeologische taken.

Hoe?

In de praktijk begint het vaak met een verkenning tussen gemeenten. Daarbij wordt gekeken welke gemeenten willen deelnemen, hoeveel capaciteit nodig is en welke taken de regioarcheoloog precies gaat uitvoeren. Op basis daarvan kan een gezamenlijk plan van aanpak worden opgesteld, waarin ook afspraken worden vastgelegd over rollen, verantwoordelijkheden en mandaat. De organisatie wordt vervolgens juridisch en bestuurlijk vastgelegd, bijvoorbeeld via een samenwerkingsovereenkomst of binnen een bestaande structuur zoals een gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden ook afspraken gemaakt over bereikbaarheid, aanwezigheid op gemeentehuizen (werkplekken) en de verdeling van uren over de deelnemende gemeenten. De kosten kunnen op verschillende manieren worden verdeeld. Een veelgebruikte methode is een verdeelsleutel op basis van inwonertal, omdat dit een eenvoudige en goed uitlegbare maat is. Andere gemeenten kiezen ervoor om juist rekening te houden met het aantal ruimtelijke ontwikkelingen (bouwplannen) of het oppervlakte van de gemeente. Daarnaast kan worden gewerkt met een basisbijdrage per gemeente, aangevuld met een variabel deel afhankelijk van het gebruik. Zo wordt een minimale inzet gegarandeerd, terwijl gemeenten die meer gebruikmaken van de regioarcheoloog ook meer bijdragen.

Voor een samenwerkingsverband van meerdere kleinere gemeenten is één tot drie fte vaak voldoende om een stevige basis te leggen. Belangrijk is dat deze capaciteit niet volledig opgaat aan de reguliere adviestaken, maar dat er ook ruimte is voor beleidsontwikkeling, actualisatie van kaarten en kennisdeling. Alleen dan ontstaat de meerwaarde die nodig is om archeologie structureel beter te positioneren binnen de gemeentelijke praktijk.

"De vraag wanneer gemeenten moeten inzetten op een regioarcheoloog is eenvoudig te beantwoorden: nu!" 

Wanneer?

De vraag wanneer gemeenten moeten inzetten op een regioarcheoloog is eenvoudig te beantwoorden: nu! De Omgevingswet vraagt om een goede en aantoonbare onderbouwing van archeologische waarden en verwachtingen en om integratie in het omgevingsplan voor 2032. Tegelijkertijd zijn veel archeologische beleidskaarten verouderd en is de beschikbare capaciteit binnen gemeenten beperkt. Juist die combinatie maakt dat uitstel geen optie meer is. Daar komt bij dat er op dit moment concrete kansen liggen. Binnen het programma Erfgoed en Overheid zijn middelen beschikbaar om gemeenten te ondersteunen bij het versterken van hun erfgoedzorg. Zo kan voor de inzet van een regioarcheoloog circa €200.000 (in afbouwende treden) worden verkregen voor een periode van vier jaar. Daarnaast is er circa €20.000 beschikbaar voor het opstellen van een plan van aanpak, waarmee gemeenten kunnen verkennen hoe een regioarcheoloog het beste kan worden georganiseerd en welke verdeelsleutel passend is. Door nu te investeren kunnen gemeenten niet alleen hun basis op orde brengen, maar ook profiteren van de voordelen die een regioarcheoloog biedt. Minder vertraging in projecten, lagere kosten, betere besluitvorming en het delen van capaciteit en kennis. Archeologie wordt daarmee een vanzelfsprekend onderdeel van een omgevingstafel en dus het ontwerpproces, in plaats van een (vertragende) factor die pas later in beeld komt. De regioarcheoloog maakt het verschil tussen reageren en vooruitkijken. Niet achteraf, maar aan de voorkant. Niet als verplichting, maar als kans voor kwaliteit en een rijkere leefomgeving.

(Beeldverantwoording: André Russcher

Deel dit artikel

Categorieën

Tags

Gerelateerde berichten

  • Beeldverslag Expeditie Schatrijk Noordelijk en Zuidelijk Duingebied – 23 april 2026

    Categorie: Archeologie

    Op 23 april vond Expeditie Schatrijk plaats. Met een busje vol van 25 gemeenteambtenaren en bestuurders gingen we op ontdekkingstocht door de archeologiegebieden van het Noordelijk en Zuidelijk Duingebied. Het duinlandschap stond centraal als één van de meest schatrijke archeologische archieven van Noord-Holland. Expeditie Schatrijk heeft als doel om de archeologie op een positieve manier onder de aandacht te brengen en om ambtenaren in de regio bij elkaar te brengen, het gesprek te faciliteren en bewustwording te creëren over hun bijzondere archeologiegebied. In dit beeldverslag lees je meer over deze archeologische ontdekkingstocht.

  • Tips & tricks Erfgoedteam 2: Erfgoed & overheid

    Categorie: Archeologie, Cultuurlandschap, Gebouwd erfgoed

    Afgelopen Erfgoedteam presenteerde Tilly McLeane, projectmedewerker bij het programma Erfgoed & Overheid het programma, de wijzigingen en het aangepaste formulier. Het Erfgoedteam heeft de vragen en antwoorden verzameld, zodat gemeenten met de aanvraag aan de slag kunnen (deadline 1 mei 2026).