Bescherming van cultureel erfgoed kent verschillende gradaties en kan gericht zijn op gebieden of op objecten. Gemeentelijke monumenten en karakteristieke bouwwerken zijn voorbeelden van objectgerichte bescherming. Het gemeentelijk monument is de meest bekende en strikte vorm van erfgoedbescherming. Steeds meer zijn gemeenten op zoek naar een variant die minder zwaar is (qua regels en werkdruk); voor de objecten die wel bescherming verdienen, maar niet in dezelfde mate als gemeentelijke monumenten. Bijvoorbeeld omdat het interieur niet monumentaal is. In dat geval is aanwijzing tot een beeldbepalend of karakteristiek bouwwerk een mogelijkheid. Maar wat is nu eigenlijk precies het verschil tussen deze beschermingsvormen?

Stolpboerderij Nieuw Westert in Egmond-Binnen. Foto: Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland

In de handreiking Vormen van erfgoedbescherming in het omgevingsplan worden de beschermingsvormen gemeentelijke monumenten en karakteristieke bouwwerken, samen met andere vormen van erfgoedbescherming, verder uitgelegd.

Gemeentelijke monumenten

Bij een gemeentelijk monument is het uitgangspunt dat de hele onroerende zaak beschermd is. Een aanwijzing als monument is erop gericht dat het object als geheel in stand blijft en dat betekent dat het exterieur, de materialen en het interieur beschermd zijn. Naast gemeentelijke monumenten zijn er ook rijksmonumenten en provinciale monumenten. De gemeentelijke monumenten zijn van lokaal belang. Gemeenten zijn verplicht te inventariseren of er beschermenswaardige objecten op hun grondgebied zijn (artikel 5.130 BKL).

Karakteristieke bouwwerken

Karakteristieke bouwwerken zijn vooral van belang voor het beeld van de omgeving, denk aan karakteristieke gevels in een straat of het slopen van het landschap. Bescherming is gericht op het behoud van de samenhang van het bouwwerk met de omgeving. De term karakteristiek bouwwerk sluit aan bij de terminologie van de RCE uit de Handreiking voorbeeldregels cultureel erfgoed. In sommige gemeenten worden andere termen gebruikt zoals beeldbepalend of beeldondersteunend.

Verschillen tussen de beschermingsvormen

De verschillen zitten met name in de regels die gemeenten aan de beschermingsvormen verbinden. Onder de Omgevingswet worden zowel gemeentelijke monumenten als karakteristieke bouwwerken in het Omgevingsplan opgenomen. Over het algemeen worden de volgende verschillen gehanteerd:

  • Terwijl het bij monumenten om de monumentale waarde van het object op zelf gaat, is een karakteristiek pand veel meer gericht op de waarde die het pand heeft voor het straatbeeld of de directe omgeving.
  • De bescherming van karakteristieke panden is daarom vooral gericht op de hoofdvorm (nok- en goothoogte, kapvorm) en onderdelen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Zo kan ook de karakteristieke verschijningsvorm van de voorgevel beschermd zijn. Omdat dit interpretabel is adviseert vaak de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit hierover. Ook kan een redengevende omschrijving helpen bij het definiëren van de karakteristieke verschijningsvorm; gaat het bijvoorbeeld alleen om de vorm van de kozijnen of gaat het ook om het materiaal?)
  • Bij monumenten is vaak het hele gebouw beschermd, ook het interieur. Bij karakteristieke panden is het interieur vaak niet beschermd.
  • Gemeentelijke monumenten krijgen in het omgevingsplan de functieaanduiding ‘gemeentelijk monument’. Hierdoor worden onderdelen die landelijk onder vergunningvrij bouwen vallen toch vergunningplichtig (artikel 2.30 Bbl). De inperking van de vergunningvrije bouwactiviteiten in het Bbl is niet standaard van toepassing op karakteristieke bouwwerken. Als gemeenten toch een vergunningplicht willen opnemen voor bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken bij karakteristieke bouwwerken, kunnen ze daarvoor wel regels opnemen in het omgevingsplan.
Samengevat

De verschillen in mate van bescherming tussen gemeentelijke monumenten en karakteristieke bouwwerken zit dus vooral in de regels die aan deze beschermingsvormen worden verbonden in het omgevingsplan. Vaak is het uitgangspunt dat bij monumenten het hele gebouw is beschermd, inclusief interieur. Hierbij gaat het vooral om de waarden van het pand op zich, terwijl het bij karakteristieke panden vooral gaat om de relatie met de directe context.

Verder lezen?

In de handreiking Vormen van erfgoedbescherming in het omgevingsplan worden de beide beschermingsvormen – samen met andere vormen van erfgoedbescherming – verder uitgelegd.

(Beeldverantwoording: Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland)

Deel dit artikel

Categorieën

Tags

Gerelateerde berichten

  • Vastgelopen herbestemming? Het Steunpunt helpt je verder

    Categorie: Gebouwd erfgoed

    Herbestemming is dé manier om erfgoed een nieuwe toekomst te geven. In de praktijk blijkt de laatste stap – van een goed plan naar daadwerkelijke uitvoering – soms stroperig te zijn. Met drie expertsessies wil het Steunpunt gemeenten in Noord-Holland praktisch helpen om vastgelopen herbestemmingscasussen weer vlot te trekken.

  • Samenwerken met lokale erfgoedgemeenschappen

    Categorie: Archeologie, Gebouwd erfgoed

    Verscholen aan de Ruïnelaan ligt de oude begraafplaats van Bergen. Door ruimtegebrek in en rond de kerk en de groei van het dorp werd deze in 1864 aangelegd op geschonken grond. Tot 1920 was de begraafplaats in gebruik waarna nog enkele bijzettingen plaatsvonden in familiegraven. Sinds 2010 is het een gemeentelijk monument.